Wat voeding en sondevoeding doen met het darmmicrobioom
woensdag 7 januari 2026
In 2025 publiceerde Gail A.M. Cresci in Nutrition in Clinical Practice het artikel Understanding how foods and enteral feedings influence the gut microbiome. In dit overzichtsartikel beschrijft zij hoe voeding, en specifiek enterale voeding, het darmmicrobioom beïnvloedt en welke implicaties dit heeft voor de klinische praktijk. Voor diëtisten die werken met sondevoeding biedt dit artikel waardevolle inzichten.
Het microbioom als sleutel tot darmgezondheid
Het darmmicrobioom speelt een centrale rol in de spijsvertering, het immuunsysteem en de integriteit van de darmwand. Het is betrokken bij de fermentatie van voedingsvezels, de productie van korteketenvetzuren (SCFA’s) zoals butyraat en het reguleren van ontstekingsprocessen. Uit het artikel blijkt dat voeding de meest invloedrijke en direct beïnvloedbare factor is voor de samenstelling en activiteit van dit microbioom.
Voeding bepaalt samenstelling en functie
Cresci laat zien dat voedingspatronen met veel plantaardige componenten, rijk aan complexe koolhydraten, vezels en fytonutriënten, consequent worden geassocieerd met:
- een grotere microbiële diversiteit,
- een toename van gunstige bacteriesoorten,
- en een hogere productie van SCFA’s, die bijdragen aan een gezonde darmbarrière en ontstekingsremming.
Daartegenover staan diëten met weinig vezels en een hoge mate van bewerking, die leiden tot een afname van diversiteit en verstoring van het microbioom (dysbiose).
Wat betekent dit voor patiënten met sondevoeding?
Veel patiënten die afhankelijk zijn van enterale voeding hebben al een kwetsbaar microbioom, bijvoorbeeld door ziekte, medicatie of langdurige ondervoeding. Standaard sondevoedingen bestaan veelal uit sterk bewerkte ingrediënten, zoals geïsoleerde eiwitten, geraffineerde koolhydraten en toegevoegde emulgatoren.
Volgens Cresci wordt deze samenstelling in verband gebracht met veelvoorkomende gastro-intestinale klachten bij sondegevoede patiënten, waaronder diarree, obstipatie, reflux en een opgeblazen gevoel. Deze klachten hangen samen met:
- verminderde SCFA-productie,
- aantasting van de slijmlaag van de darm,
- en een verhoogde inflammatoire respons.
Het belang van vezels
Een belangrijk aandachtspunt in het artikel is de rol van voedingsvezels. Meta-analyses die Cresci bespreekt tonen aan dat het toevoegen van vezels aan enterale voeding geassocieerd is met:
- minder diarree,
- minder regurgitatie,
- en een betere algehele verdraagzaamheid.
Vezels dienen als substraat voor microbiële fermentatie en voorkomen dat bacteriën de darmmucus als alternatieve voedingsbron gaan gebruiken; een proces dat kan leiden tot beschadiging van de darmwand en ontsteking.
Echte voedingsbronnen versus geïsoleerde nutriënten
Naast de hoeveelheid vezels benadrukt het artikel dat ook de bron en matrix van voedingsstoffen van belang zijn. Nutriënten afkomstig uit echte voedingsmiddelen (zoals groenten, fruit en peulvruchten) beïnvloeden het microbioom anders dan dezelfde nutriënten in geïsoleerde of sterk bewerkte vorm.
Cresci maakt daarbij onderscheid tussen standaard enterale formules en zogenaamde food-based of real foodformules. De beschikbare wetenschappelijke aanwijzingen laten zien dat deze laatste categorie:
- het microbioom gunstiger beïnvloedt,
- beter wordt verdragen,
- en mogelijk leidt tot minder GI-klachten.
De auteur benadrukt dat deze bevindingen logisch zijn vanuit de darmfysiologie, maar dat aanvullend klinisch onderzoek nodig is om effecten op lange termijn en klinische uitkomsten verder te onderbouwen.
Relevantie voor de diëtistische praktijk
Voor diëtisten onderstreept dit artikel het belang van:
- aandacht voor verdraagzaamheid bij enterale voeding,
- het vezelgehalte en vezeltype in sondevoeding,
- en de herkomst en bewerkingsgraad van ingrediënten.
Het onderzoek nodigt uit om enterale voeding niet uitsluitend te beoordelen op macro- en micronutriënten, maar ook op de mogelijke impact op het darmmicrobioom; een factor die direct samenhangt met klachten, comfort en kwaliteit van leven.
Conclusie
Het artikel van Cresci laat zien dat voeding en sondevoeding een directe en klinisch relevante invloed hebben op het darmmicrobioom. Enterale voeding op basis van echte ingrediënten en natuurlijke vezels sluit beter aan bij de fysiologie van de darm en biedt een wetenschappelijk onderbouwde verklaring voor verbeterde verdraagzaamheid. Deze inzichten vormen een belangrijk vertrekpunt voor verdere innovatie en onderzoek binnen de enterale voeding.