Enterale voeding met echte ingrediënten bij neuromusculaire aandoeningen
vrijdag 9 januari 2026
Patiënten met neuromusculaire aandoeningen (NMA’s) vormen een kwetsbare groep als het gaat om voeding. Door spierzwakte, verminderde mobiliteit en slikproblemen zijn zij vaak volledig afhankelijk van enterale voeding. Tegelijkertijd komen gastro-intestinale klachten zoals reflux, braken, diarree en obstipatie in deze groep frequent voor, wat de voedingszorg complex maakt.
Wat zegt de wetenschap over verdraagzaamheid?
In de wetenschappelijke literatuur groeit de belangstelling voor enterale voeding op basis van echte voedingsingrediënten. Een recente publicatie van Dipasquale et al. (Formula with real food ingredients for tube feeding in children with neuromuscular disorders – A case series) biedt een eerste inkijk in de mogelijke rol van dit type voeding bij kinderen met NMA’s.
Het onderzoek in het kort
De auteurs beschrijven een casusreeks bij vijf kinderen met spinale musculaire atrofie die volledig enterale voeding ontvingen. De kinderen kregen een commercieel beschikbare sondevoeding die deels is samengesteld uit ingrediënten afkomstig van echte voeding, zoals groenten, fruit en dierlijke eiwitbronnen.
Het doel van de studie was niet om een vergelijking te maken met standaard sondevoeding, maar om te evalueren:
- of deze voeding veilig is,
- hoe zij wordt verdragen,
- en wat het effect is op de voedingsstatus over een periode van zes maanden.
Afwijkende voedingscontext bij NMA’s
Het artikel onderstreept dat kinderen met neuromusculaire aandoeningen geen ‘standaard’ voedingscontext hebben. Zij vertonen vaak:
- een veranderde lichaamssamenstelling (lage spiermassa),
- een verhoogd risico op ondervoeding,
- en een verhoogde gevoeligheid voor gastro-intestinale intolerantie.
Deze factoren maken dat verdraagzaamheid van enterale voeding minstens zo belangrijk is als de voedingskundige samenstelling op papier.
Wat laten de resultaten zien?
In deze kleine casusreeks werd de voeding door alle kinderen goed verdragen. Ouders rapporteerden een vermindering of het verdwijnen van klachten zoals braken, diarree en een opgeblazen gevoel. Daarnaast werd een verbetering gezien in gewicht en BMI, wat wijst op een adequate energie-inname.
Belangrijk is dat de auteurs geen causale conclusies trekken. Er was geen controlegroep en het aantal patiënten is beperkt. Toch zijn de bevindingen relevant, omdat ze laten zien dat enterale voeding met echte ingrediënten haalbaar en verdraagbaar kan zijn in deze specifieke patiëntgroep.
Mogelijke verklaringen: voorzichtig en hypothese-vormend
Het artikel bespreekt enkele mogelijke verklaringen voor de waargenomen verdraagzaamheid, zonder deze als bewezen mechanismen te presenteren. Genoemd worden onder andere:
- de complexere voedingsmatrix van echte ingrediënten;
- de aanwezigheid van verschillende typen voedingsvezels;
- en een mogelijke, maar niet gemeten, invloed op het darmmicrobioom.
Deze hypothesen sluiten aan bij bredere inzichten uit voedingswetenschap, maar de auteurs benadrukken dat aanvullend, prospectief onderzoek noodzakelijk is.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor diëtisten en artsen laat deze publicatie zien dat enterale voeding op basis van echte ingrediënten:
- een mogelijke optie kan zijn bij patiënten met aanhoudende intolerantie;
- veilig kan worden ingezet binnen een gecontroleerde setting;
- en verdere wetenschappelijke aandacht verdient.
Het artikel nodigt uit tot een bredere discussie over hoe samenstelling, bewerkingsgraad en voedingsmatrix van sondevoeding samenhangen met verdraagzaamheid, met name bij kwetsbare patiëntgroepen.
Conclusie
De casusreeks van Dipasquale et al. levert geen definitief bewijs, maar wel een zorgvuldig beschreven eerste stap in het wetenschappelijk onderbouwen van enterale voeding met echte ingrediënten bij neuromusculaire aandoeningen. De resultaten ondersteunen de noodzaak van verder onderzoek en dragen bij aan een meer genuanceerd gesprek over innovatie binnen de sondevoeding.
Bron:
Dipasquale, V., Morello, R., Romano, C.
Formula with real food ingredients for tube feeding in children with neuromuscular disorders: A case series.